|
6.Wettelijke verplichtingen
6.1. Inschrijven van leerlingen
Inschrijvingsperiode:
Inschrijven kan elke werkdag van 9.00 u tot 12.00 u en van 14.00 u tot 16.00 u of na afspraak met de directie.
Tijdens de grote vakantie vanaf 18 augustus van 14.00 u tot 16.00 u en van 18.00 u tot 19.30 u.
De school is gesloten van 10 juli tot en met 17 augustus.
Vanaf het schooljaar 2007-2008 kunnen de inschrijvingen ten vroegste starten op de eerste schooldag van september van het voorafgaande schooljaar.
Het decreet legt een verplichte voorrangsperiode op voor kinderen die tot dezelfde leefeenheid behoren.
De voorrangsperiode voor broer en zus loopt tot 1 februari.
Een inschrijving kan pas ingaan na instemming met het schoolreglement en het pedagogisch project van de school.
Bij de inschrijving dient een officieel document te worden voorgelegd dat de identiteit van het kind bevestigt en de verwantschap aantoont. (SIS-kaart, het trouwboekje, een geboortebewijs of een identiteitsstuk van het kind zoals een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister, een reispas…). Het rijksregisternummer dient ook opgegeven te worden. Dit nummer vindt u in de rechterbovenhoek van de SIS-kaart van uw kind. De inschrijving van een leerling geldt voor de duur van de hele schoolloopbaan in de school.
Alle kleuters en leerlingen worden op datum van inschrijving opgenomen in het inschrijvingsregister. Zij worden slechts eenmaal ingeschreven volgens chronologie.
Een kleuter die nog geen 2 jaar en 6 maand is, kan ingeschreven worden. Maar pas wanneer de kleuter voldoet aan de toelatingsvoorwaarde (2,5 jaar zijn) wordt de kleuter opgenomen in het stamboekregister en kunnen de ouders de verklaring van enige inschrijving invullen en handtekenen.
Vanaf de volgende instapdatum wordt de kleuter toegelaten in de school en wordt hij/zij opgenomen in het aanwezigheidsregister van de klas.
Kleuters zijn niet leerplichtig. Onze kleuters kunnen pas naar de eerste kleuterklas wanneer ze zindelijk zijn.
Kleuters vanaf 2,5 tot 3 jaar mogen in het kleuteronderwijs aanwezig zijn op de volgende instapdata:
- de eerste schooldag na de zomervakantie.
- de eerste schooldag na de herfstvakantie.
- de eerste schooldag na de kerstvakantie.
- de eerste schooldag van februari.
- de eerste schooldag na de krokusvakantie.
- de eerste schooldag na de paasvakantie.
- de eerste schooldag na hemelvaartsdag.
In september van het jaar dat uw kind 6 jaar wordt, is het leerplichtig en wettelijk verplicht om les te volgen. Ook wanneer het op die leeftijd nog in het kleuteronderwijs blijft, is het net als elk ander leerplichtig kind onderworpen aan de controle op het regelmatig schoolbezoek.
Vanaf 1 september 2009 geldt voor inschrijvingen vanaf het schooljaar 2010-2011 onderstaande regeling:
Om toegelaten te worden tot het gewoon lager onderwijs moet een leerling zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar. Als hij nog niet de leeftijd van zeven jaar heeft bereikt of zal bereiken voor 1 januari van het lopende schooljaar, moet hij bovendien aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
1° het voorafgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode gedurende ten minste 220 halve dagen aanwezig zijn geweest;
2° voldoen aan een proef die de kennis van het Nederlands, nodig om het lager onderwijs aan te vatten, peilt. De Vlaamse Regering legt de inhoud van die taalproef vast. Het CLB waarmee de school waar de betrokken leerling zich aanbiedt een beleidscontract heeft, is bevoegd die taalproef af te nemen;
3° beschikken over een bewijs dat hij het voorafgaande schooljaar onderwijs heeft genoten in een Nederlandstalige onderwijsinstelling uit een lidstaat van de Nederlandse Taalunie.
Een leerling die 5 jaar wordt voor 1 januari van het lopende schooljaar kan in het lager onderwijs ingeschreven worden, op voorwaarde dat hij tijdens het voorafgaande schooljaar was ingeschreven in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode ten minste 185 halve dagen aanwezig was geweest.
Een leerling die 5 jaar wordt voor 1 januari van het lopende schooljaar en die tijdens het voorafgaande schooljaar niet was ingeschreven in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs, kan in het lager onderwijs worden ingeschreven op basis van een taalproef.
Een jaartje langer in de kleuterschool doorbrengen, vervroegd naar de lagere school komen en een achtste jaar in de lagere school verblijven kan enkel na kennisgeving van en toelichting bij het advies van de klassenraad en van het CLB-centrum.
In het gewoon onderwijs kan een leerling minimum 5 jaar en maximum 8 jaar in het lager onderwijs doorbrengen, met dien verstande dat een leerling die 15 jaar wordt voor 1 januari geen lager onderwijs meer kan volgen.
De leerlingen zijn verplicht om alle lessen en activiteiten van hun leerlingengroep te volgen. Om gezondheidsredenen kunnen er, in samenspraak met de directeur, eventueel aanpassingen gebeuren.
Volgens het decreet gelijke onderwijskansen heeft elke leerling een recht op inschrijving in de school, gekozen door zijn ouders.
Maar het decreet vermeldt enkele punten waarop een leerling kan geweigerd of doorverwezen worden.
a) Het schoolbestuur kan een leerling weigeren die het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd uitgesloten in de school.
b) Kinderen kunnen specifieke noden hebben. Van ouders wordt verwacht dat zij dit meedelen aan de school. De school zal onderzoeken of haar draagkracht voldoende groot is om het kind de nodige ondersteuning te geven op het vlak van onderwijs, therapie en verzorging. Indien de ouders bij inschrijving nalaten om mee te delen dat hun kind een attest buitengewoon onderwijs heeft, en er de eerste weken na inschrijving een vermoeden is van specifieke noden, zal de school haar draagkracht alsnog onderzoeken.
Bij het onderzoek naar de draagkracht houdt de school, in overleg met de ouders en het CLB rekening met:
- De verwachtingen van de ouders ten aanzien van de school.
- De concrete ondersteuningsnoden van de leerling op het vlak van leergebieden, sociaal functioneren, communicatie en mobiliteit.
- Een inschatting van het regulier aanwezig draagvlak van de school inzake zorg.
- De beschikbare ondersteunende maatregelen binnen en buiten het onderwijs.
- Het intensief betrekken van de ouders bij de verschillende fasen van het overleg- en beslissingsproces.
Wanneer de ontbindende voorwaarden niet vervuld zijn om het kind de nodige specifieke ondersteuning te geven op het vlak van onderwijs, therapie en verzorging zal de school het kind weigeren.
De beslissing tot weigering wordt binnen vier kalenderdagen bij aangetekend schrijven of tegen afgiftebewijs aan de ouders van de leerling bezorgd. Ouders krijgen toelichting bij de beslissing van het schoolbestuur.
Scholen die lid zijn van een LOP (lokaal overlegplatform) melden de weigering ook aan de voorzitter van het LOP. De bemiddelingscel van het LOP neemt automatisch contact op met de ouders. Na bemiddeling door het LOP kunnen ouders alsnog een klacht indienen bij de Commissie inzake Leerlingenrechten, Koning Albert-II laan 15, 1210 Brussel.
c) Scholen kunnen een inschrijving weigeren omdat de materiële omstandigheden en de veiligheid van de leerlingen in het gedrang komt.
Omgaan met leerlingengegevens.
De school houdt rekening met de privacywetgeving. Ouders krijgen de garantie dat alle persoonlijke gegevens enkel door de directie aangewend worden onder de toepassing van de wet ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Ouders hebben het recht deze gegevens op te vragen en zo nodig te laten verbeteren, voor zover ze betrekking hebben op hun kind en zichzelf. Documenten die gegevens opvragen krijgen de vermelding “ Deze gegevens worden door de directie van de school strikt aangewend onder de toepassing van de wet ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.”
Ouders hebben het recht om informatie over hun kind op te vragen. Ook kan er in overleg met de school en met respect voor de privacy van het gezin een persoonlijk document opgemaakt worden om de overgang naar een andere school, een ander niveau optimaal te laten verlopen. Dit document kan relevante informatie bevatten over de onderwijsloopbaan van het kind zoals bijvoorbeeld gegevens over onderwijsproblemen, leerstoornissen, belangrijke gegevens medische aard, schoolrapporten, enz.
Bij de overgang van het 6 de leerjaar naar het secundair onderwijs, wordt een BaSo-fiche, met samenvattende gegevens wat betreft basisonderwijs, opgesteld in samenwerking met de leerling en de ouders.
Dit document krijgen de ouders op het einde van het schooljaar mee. Zij zijn vrij dit door te geven aan de instelling van het secundair onderwijs waar hun kind ingeschreven wordt.
6.2. Afwezigheden
De regelgeving op afwezigheden is van toepassing op leerplichtige kinderen in het gewoon basisonderwijs. De regelgeving is ook van toepassing op leerlingen die, wegens verlengd kleuterschoolbezoek, op zesjarige leeftijd nog in het kleuteronderwijs zitten. Zij zijn op basis van hun leeftijd leerplichtig. Ook leerlingen die reeds op vijfjarige leeftijd zijn overgestapt naar het lager onderwijs vallen onder de reglementering.
Niet-leerplichtige leerlingen in het kleuteronderwijs kunnen niet onwettig afwezig zijn, aangezien ze niet onderworpen zijn aan de leerplicht en dus niet steeds op school moeten aanwezig zijn. Het is belangrijk dat kleuters regelmatig naar school komen. Kinderen die activiteiten missen lopen meer risico om te mislukken en raken minder goed geïntegreerd in de klasgroep. We verwachten dat de ouders ook de afwezigheden van hun kleuter onmiddellijk melden omwille van veiligheids-overwegingen.
Welke afwezigheden zijn gewettigd?
1. Ziekte
Is uw kind meer dan drie opeenvolgende kalenderdagen ziek, dan is een medischattest vereist. Dat attest kan afkomstig zijn van een geneesheer, een geneesheer-specialist, een psychiater, een tandarts, een orthodontist en de administratieve diensten van een ziekenhuis of een erkend labo.
Consultaties (zoals bijvoorbeeld een bezoek aan de tandarts), moeten zo veel mogelijk buiten de schooluren plaatsvinden.
Wanneer een kind een chronische ziekte heeft die leidt tot verschillende afwezigheden zonder dat er telkens een doktersconsultatie noodzakelijk is (bijv. astma, migraine,…) is het goed contact op te nemen met de school en het CLB.
Het CLB kan dan een medisch attest opmaken dat de ziekte bevestigt. Wanneer het kind afwezig is voor die aandoening, volstaat dan een attest van de ouders.
Een medisch attest wordt beschouwd als twijfelachtig als:
- het attest zelf de twijfel van de geneesheer aangeeft, wanneer deze schrijft “dixit patient”;
- het attest geantedateerd is of begin- en einddatum ogenschijnlijk vervalst zijn;
- het attest een reden vermeldt die niets met de medische toestand van de leerling te maken heeft zoals bijv.: ziekte van één van de ouders, hulp in het huishouden, …
Bij medische attesten waarrond twijfel bestaat of die onaanvaardbaar zijn, zullen dergelijke afwezigheden steevast worden benaderd vanuit de invalshoek van problematische afwezigheden en ook zo worden geregistreerd (code B). Deze attesten zullen daarom worden gesignaleerd aan de schoolarts, die het best geplaatst is om, rekening houdend met de deontologische artsencode, deze zaak verder op te volgen.
Voor ziekte tot en met drie opeenvolgende kalenderdagen volstaat een briefje van deouders of de personen die de leerling wettelijk of feitelijk onder hun bewaring hebben.
Achteraan in deze brochure vindt u een aantal geijkte briefjes.
Dergelijk briefje kan slechts vier keer per schooljaar door de ouders of de personen die de leerlingen wettelijk of feitelijk onder hun bewaring hebben zelf geschreven worden.
Vanaf de vijfde keer is een medisch attest vereist.
De ouders verwittigen de school zo vlug mogelijk (bijv. telefonisch) en bezorgen ook het attest zo vlug mogelijk.
2. Van rechtswege gewettigde afwezigheden.
In volgende situaties kan een kind gewettigd afwezig zijn. De ouders moeten een verklaring (6) of een document (1-5) kunnen voorleggen ter staving van de afwezigheid. Voor deze afwezigheden is geen voorafgaand akkoord van de directeur nodig. De ouders verwittigen de school vooraf van dergelijke afwezigheden.
- Het bijwonen van een begrafenis- of huwelijks-plechtigheid van iemand die onder hetzelfde dak woont als het kind, of van een bloed- of aanverwant van het kind.
- Het bijwonen van een familieraad.
- De oproeping of dagvaarding voor de rechtbank.
(bijv.. wanneer het kind in het kader van een echtscheiding moet
verschijnen voor de jeugdrechtbank).
- Het onderworpen worden aan maatregelen in het kader van de bijzondere jeugdzorg (bijv.. opname in een onthaal-, observatie- en oriëntatiecentrum).
- Onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de school door overmacht (bijv.. door staking van het openbaar vervoer, door overstroming,...).
- Het beleven van feestdagen die inherent zijn aan de door de grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging van een leerling (anglicaanse, islamitische, joodse, katholieke, orthodoxe, protestantsevangelische godsdienst).
Concreet gaat het over:
- islamitische feesten: het Suikerfeest en het Offerfeest (telkens 1 dag).
- joodse feesten: het Joods nieuwjaar (2 dagen),de Grote Verzoendag
(1 dag), het Loofhuttenfeest (2 dagen), het Slotfeest (2 laatste dagen),
de Kleine Verzoendag (1 dag), het feest van Esther (1 dag),
het Paasfeest (4 dagen) en het Wekenfeest (2 dagen).
- orthodoxe feesten: Kerstfeest (2dagen), voor de jaren waarin het othodox Kerstfeest niet samenvalt met het katholiek Kerstfeest, Paasmaandag, Hemelvaart en Pinksteren voor de jaren waarin het orthodox Paasfeest niet samenvalt met het katholiek Paasfeest.
De Katholieke feestdagen zijn reeds vervat in de wettelijk vastgelegde vakanties. De protestantsevangelische en de anglicaanse godsdienst hebben geen feestdagen die hiervan afwijken.
Voor elke afwezigheid bezorgen de ouders zo vlug mogelijk een officieel document aan de school.
3. Afwezigheden waarvoor de toestemming van de directeur nodig is.
Deze categorie afwezigheden verleent de school autonomie om in te spelen op specifieke situaties die niet altijd door de regelgeving op te vangen zijn. Indien de directeur akkoord gaat en mits voorlegging van, naargelang het geval, een officieel document of een verklaring van de ouders, kan de leerling gewettigd afwezig zijn om één van de onderstaande redenen:
- het overlijden van een persoon die onder hetzelfde dak woont als het kind of van een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad. Voor de dag van de begrafenis zelf is geen toestemming van de directeur nodig. Het gaat hier over een periode die het kind nodig heeft om emotioneel evenwicht terug te vinden (een rouwperiode).
Mits toestemming van de directeur kan zo ook een begrafenis van een bloed- of aanverwant in het buitenland bijgewoond worden.
- het actief deelnemen aan een culturele of sportieve manifestatie, indien het kind hiervoor als individu of als lid van een club geselecteerd is. Het bijwonen van trainingen komt niet in aanmerking, wel bijv.. de deelname aan de kampioenschap/competitie. Het kind kan maximaal 10 halve schooldagen per schooljaar hiervoor afwezig zijn. (hetzij achtereenvolgend, hetzij gespreid over het schooljaar).
- de deelname aan time-out projecten (code O) Deze afwezigheden komen in het basisonderwijs zelden voor, maar in situaties waarin voor een leerling een time-out project aangewezen is, is het in het belang van de leerling aangewezen om dit als een gewettigde afwezigheid te beschouwen.
- in echt uitzonderlijke omstandigheden: afwezigheden om persoonlijke redenen. Voor deze afwezigheid moet de directeurop voorhand zijn akkoord verleend hebben. Het gaat om maximum 4 halve schooldagen per schooljaar (al dan niet gespreid).
- afwezigheden wegens topsport voor de sporten, tennis, zwemmen en gymnastiek. Dit kan slechts toegestaan worden voor maximaal 6 lestijden per week, mits het vooraf indienen van een dossier met de volgende elementen:
a) een gemotiveerde aanvraag van de ouders;
b) een verklaring van een bij de Vlaamse sportfederatie aangesloten sportfederatie;
c) een medisch attest van een sportarts verbonden aan een erkend keuringscentrum van de Vlaamse Gemeenschap;
d) akkoord van de directie.
Deze vijf categorieën van afwezigheden zijn geen automatisme, geen recht dat ouders kunnen opeisen. Enkel de directeur kan autonoom beslissen om deze afwezigheden toe te staan.
De directeur mag onder geen beding toestemming geven om vroeger op vakantie te vertrekken of later terug te keren. De leerplicht veronderstelt dat een kind op school is van 1 september tot en met 30 juni.
4. Afwezigheden van trekkende bevolking, in zeer uitzonderlijke omstandigheden.
De volgende regels zijn van toepassing op kinderen van binnenschippers, woonwagenbewoners, kermis- en circusexploitanten en artiesten. Ze zijn niet van toepassing op kinderen die behoren tot de trekkende bevolking maar die ter plaatse verblijven (bijv. in een woonwagenpark). Die kinderen moeten elke dag op school aanwezig zijn.
Ouders, behorend tot die categorie trekkende bevolking die hun kind inschrijven in een school, moeten er - net als alle andere ouders - op toezien dat hun kind elke dag op school aanwezig is. In uitzonderlijke omstandigheden kunnen zich situaties voordoen waarbij het onvermijdelijk is dat het kind tijdelijk met de ouders meereist. Deze situaties moeten op voorhand goed met de school besproken worden. De ouders maken samen met de school duidelijke afspraken over hoe het kind in die periode met behulp van de school verder onderwijstaken zal vervullen (de school zorgt voor een vorm van onderwijs op afstand) en over hoe de ouders met de school in contact zullen blijven. Deze afspraken moeten in een overeenkomst tussen de ouders en de school neergeschreven worden. Enkel als de ouders hun engagementen naleven is het kind gewettigd afwezig.
Problematische afwezigheden.
Alle afwezigheden die niet opgesomd en gewettigd kunnen worden zoals hierboven beschreven zijn te beschouwen als problematische afwezigheden. Leerlingen die ongewettigd afwezig zijn (d.w.z. problematische afwezigheden die niet omgezet worden in gewettigde afwezigheden) verliezen hun statuut van regelmatige leerling overeenkomstig het decreet basisonderwijs. Dit houdt in dat de betrokken leerling in het zesde leerjaar geen getuigschrift basisonderwijs kan krijgen en dat de school de betrokken leerling niet kan meetellen voor de personeelsformatie en de toelagen.
De school zal de ouders onmiddellijk contacteren bij elke problematische afwezigheid en deze afwezigheid melden aan het CLB. School en CLB zullen in communicatie met de betrokken ouders een begeleidingsplan opstellen voor de betrokken ouders en hun kinderen.
Van zodra het kind meer dan 10 halve schooldagen problematisch afwezig is, stelt de school samen met het CLB een begeleidingsdossier op dat ter inzage is voor de verificateurs.
Voor elke afwezigheid bezorgt u aan de school zo vlug mogelijk een officieel document of een door u geschreven verantwoording (document in bijlage).
Het is aan te raden wanneer u kind afwezig is, telefonisch te verwittigen, ook voor kleuters.
Spijbelen
De leerplicht vangt aan op 1 september van het kalenderjaar waarin de jongere de leeftijd van 6 jaar bereikt; de leerplicht duurt in beginsel 12 (school)jaren. De leerplicht eindigt bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar.
Spijbelen betekent ‘onwettige afwezigheid’ en daar tilt de school zwaar aan. Een onwettige afwezigheid wordt meteen geregistreerd. Met de betrokken leerling en/of met de personen die verantwoordelijk zijn voor zijn/haar opvoeding zal een gesprek worden gevoerd en dit al dan niet aan de hand van de gegevens van het leerlingendossier. Er wordt gezamenlijk een begeleidingsactie opgesteld in samenwerking met het CLB. De school kan jou ook bestraffen. Wanneer een specifieke en intensieve begeleiding nodig blijkt, zal de school een beroep doen op hulp buiten het onderwijs.
Wanneer dit een problematische afwezigheid wordt en/of blijft, zal de directie dit als een zorgwekkend dossier beschouwen en zal dit worden doorgestuurd naar het departement Onderwijs en Vorming. Het departement Onderwijs en Vorming kan dan beslissen dat je een vrije leerling wordt. In dit geval beslist de directie over je verdere aanwezigheid op school. Als vrije leerling kan je geen aanspraak meer maken op een getuigschrift, attest of diploma ter bekrachtiging van je studies.
Naast financiële en opleidingsvoorwaarden, werd vanaf het schooljaar 2007-2008 de schooltoelage ook afhankelijk gesteld van de participatie op school. Dit is één van de beleidsmaatregelen gericht op spijbelpreventie.
Eén van de voorwaarden inzake participatie op school om recht te hebben op een schooltoelage is geen overmatig aantal schooldagen problematisch afwezig zijn geweest; de leerling die gedurende twee opeenvolgende schooljaren 30 of meer halve schooldagen problematisch afwezig is geweest (code B), zal zijn schooltoelage (van het tweede schooljaar) moeten terugbetalen.
6.3. Schoolverandering
Indien u, om één of andere reden, uw kind van school wenst te laten veranderen, neem dan eerst contact met de directeur. Samen met u wordt dan naar een gepaste oplossing gezocht…
6.4. Ziekte van het kind
a. Om verspreiding van ziektekiemen te voorkomen neemt de school geen acuut zieke kinderen op (o.a. kinderen met koorts hoger dan 38°C of bij tekenen van een besmettelijke kinderziekte).
b. De ouders worden verzocht om op voorhand naar oplossingen te zoeken ingeval hun kind ’s ochtends ziek zou zijn en er dringend alternatieve opvang nodig is.
c. Als het kind in de loop van de dag ziek wordt, worden de ouders zo spoedig mogelijk verwittigd om hun kind te komen afhalen en een arts te raadplegen. Is dit voor de ouders onmogelijk, dan kan de leerkracht, indien zij dit nodig acht, zelf de door de ouders gekozen huisarts verwittigen. De kosten vallen ten laste van de ouders.
d. Licht zieke kinderen (vb. met een lichte verkoudheid) kunnen in de school terecht, in zoverre zij geen gevaar betekenen voor de andere kinderen. Mocht de toestand in de loop van de dag verergeren dan wordt gehandeld zoals hierboven beschreven.
e. Aan de ouders wordt gevraagd dat zij, indien zij ervan op de hoogte zijn, medische problemen van hun kind, die enerzijds een gevaar zouden kunnen betekenen voor de leerkracht of die anderzijds een bijzondere waakzaamheid van de leerkracht vergen, zouden signaleren.
f. Medicatie wordt in principe niet toegediend. De ouders worden verzocht aan hun arts te vragen bij voorkeur medicatie voor te schrijven die ’s morgens en ’s avonds door de ouders zelf kan worden toegediend.
g. Uitzonderlijk kunnen de ouders toch medicatie meebrengen. De medicatie zal toegediend worden mits voorlegging van een doktersvoorschrift met de juiste vermelding van dosis en behandelingsduur. Op de fles/flacon/tube of andere verpakking dient de apotheker duidelijk het volgende te vermelden:
Ø Naam van de inhoud;
Ø Naam dokter/apotheker;
Ø Naam kind;
Ø Datum van aflevering en vervaldatum;
Ø Dosering en wijze van toediening en duur van behandeling
Ø Wijze van bewaren.
h. De ouders verklaren zich akkoord dat de medicatie wordt toegediend op hun verantwoordelijkheid.
i. In medische noodsituaties of bij een ongeval doet de school beroep op het dichtstbijzijnde ziekenhuis of een arts. De ouders worden eerst gecontacteerd.
j. De kosten verbonden aan medische tussenkomsten zijn ten last van de ouders. Bij een ongeval zijn de medische oplegkosten ten laste van de schoolverzekering.
6.5. Onderwijs aan huis bij ziekte
Leerlingen vanaf 5 jaar (d.w.z. leerlingen die 5 jaar of ouder geworden zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar) hebben recht op tijdelijk onderwijs aan huis (kleuter- of lager onderwijs; 4 lestijden per week) indien volgende voorwaarden gelijktijdig zijn vervuld:
- De leerling is meer dan 21 kalenderdagen ononderbroken afwezig wegens ziekte of ongeval (vakantieperiodes meegerekend).
- De ouders hebben een schriftelijke aanvraag ingediend bij de directeur van de thuisschool. De aanvraag is vergezeld van een medisch attest waaruit blijkt dat het kind de school niet of minder dan halftijds kan bezoeken en dat het toch onderwijs mag volgen.
- De afstand tussen de school (vestigingsplaats) en de verblijfplaats van betrokken leerling bedraagt ten hoogste 10 km.
- Specifieke situatie bij chronische ziekte (=een ziekte die een continue of repetitieve
- behandeling van minstens 6 maanden noodzaakt):
- - Voor chronisch zieke kinderen vervalt de wachttijd van 21 kalenderdagen. Deze kinderen hebben recht op 4 uur tijdelijk onderwijs aan huis na 9 halve schooldagen afwezigheid (moeten niet in een ononderbroken periode doorlopen). Telkens het kind opnieuw 9 halve schooldagen afwezigheid heeft opgebouwd, heeft het opnieuw recht op 4 uur tijdelijk onderwijs aan huis.
- - Voor chronisch zieke leerlingen moet bij de eerste aanvraag tijdens het betrokken schooljaar een medisch attest worden gevoegd, uitgereikt door een geneesheer-specialist, dat het chronisch ziektebeeld bevestigt en waaruit blijkt dat het kind onderwijs mag krijgen. Bij een nieuwe afwezigheid ten gevolge van deze chronische ziekte tijdens hetzelfde schooljaar is geen nieuw medisch attest vereist. Er dient wel een nieuwe aanvraag voor tijdelijk onderwijs aan huis ingediend te worden.
Kinderen die na een periode van onderwijs aan huis de school hervatten, maar binnen een termijn van drie maanden opnieuw afwezig zijn wegens ziekte, hebben onmiddellijk recht op onderwijs aan huis (geen wachttijd van 21 kalenderdagen).
6.6. Zittenblijven en vormen van leerlingengroepen
De klassenraad oordeelt, in overleg en in samenwerking met het CLB dat onze school begeleidt, of een leerling kan overgaan naar een volgende leerlingengroep. Dit wordt uiteraard ook grondig besproken met de ouders. Bij de overgang van kleuter naar lager onderwijs kunnen de ouders kiezen of dat gebeurt op 5, 6 of 7 jaar. Ze moeten het advies van het CLB en de school wel aanhoren maar het is niet bindend.
Ouders mogen ook beslissen of de leerling nog een achtste jaar lager onderwijs volgt. Over de andere overgangen, bijvoorbeeld van tweede naar derde leerjaar, beslist de school.
Het is ook de klassenraad die beslist in welke leerlingengroep een leerling, die in de loop van zijn schoolloopbaan van school verandert, terechtkomt.
Leerlingengroepen kunnen heringedeeld worden op basis van een gewijzigde instroom (bijvoorbeeld in de kleuterschool na een instapdatum).
Bij het vormen van parallelklassen oordelen de directeur en de leerkrachten in welke leerlingengroep een kind best geplaatst wordt.
6.7. Getuigschrift basisonderwijs
Het schoolbestuur kan op voordracht en na beslissing van de klassenraad een getuigschrift basisonderwijs uitreiken aan de regelmatige leerling uit het gewoon lager onderwijs. Een regelmatige leerling is volgens het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 een leerling die slechts in één school ingeschreven is. In het basisonderwijs, of als leerplichtige in het kleuteronderwijs, moet de leerling daarenboven aanwezig zijn, behoudens gewettigde afwezigheden en deelnemen aan alle onderwijsactiviteiten die voor hem of zijn leergroep worden georganiseerd.
Een leerling die onwettig afwezig was, kan het getuigschrift geweigerd worden !
De klassenraad oordeelt autonoom of een regelmatige leerling in voldoende mate de doelen die in het leerplan zijn opgenomen heeft bereikt om een getuigschrift basisonderwijs te bekomen. In principe wordt verwacht dat een leerling ten minste
50 % haalt voor wiskunde en taal en 60 % als algemeen totaal.
De beslissing van de klassenraad is steeds het resultaat van een weloverwogen evaluatie in het belang van de leerling.
Het is uitzonderlijk dat dergelijke beslissing door de ouders wordt aangevochten. In voorkomend geval wenden de ouders zich binnen de zeven kalenderdagen tot de directeur die de klassenraad binnen drie werkdagen opnieuw bijeenroept. De betwiste beslissing wordt opnieuw overwogen. De ouders worden schriftelijk verwittigd van het resultaat van deze bijeenkomst. Als de betwisting blijft bestaan, kunnen de ouders aangetekend beroep instellen bij de voorzitter van het schoolbestuur.
Iedere leerling die bij het voltooien van het lager onderwijs geen getuigschrift basisonderwijs krijgt, heeft recht op een verklaring met de vermelding van het aantal en de soort van gevolgde schooljaren lager onderwijs, afgeleverd door de directie.
6.8. Orde- en tuchtmaatregelen
Het orde- en tuchtreglement is een middel om de goede gang van zaken in onze opvoedingsgemeenschap te vrijwaren.
Wanneer een leerling de goede werking van de school hindert of het lesverloop stoort, kan er een ordemaatregel worden genomen (en/of kunnen er meer bindende gedragsregels worden vastgelegd in een geschreven begeleidingsplan).
Mogelijke ordemaatregelen zijn :
- een verwittiging
- strafwerk
- een tijdelijke verwijdering uit de les gevolgd door aanmelding bij de directie
- …
Deze ordemaatregelen kunnen genomen worden door elk personeelslid, ook het toezichthoudend personeel van de school, in samenspraak met de directie.
Wanneer het gedrag van de leerling werkelijk een probleem betekent voor het verstrekken van het onderwijs en/of het opvoedingsproject van de school in het gedrang brengt, kan er een tuchtmaatregel genomen worden.
Mogelijke tuchtmaatregelen zijn :
- een schorsing : dit houdt in dat de gesanctioneerde leerling gedurende een bepaalde periode de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet mag volgen. De betrokkene moet echter wel op school aanwezig zijn.
- een uitsluiting : dit houdt in dat de gesanctioneerde leerling definitief uit de school verwijderd wordt op het moment dat deze leerling in een andere school is ingeschreven en dit uiterlijk één maand, vakantieperiode inbegrepen, na de schriftelijke kennisgeving van de beslissing tot uitsluiting. In afwachting daarvan bevindt de betrokken leerling zich in dezelfde toestand als een geschorste leerling en moet dus op school aanwezig zijn.
Bij het nemen van een beslissing tot schorsing van meer dan één dag of een beslissing tot uitsluiting wordt de volgende procedure gevolgd :
- de directeur wint het advies in van de klassenraad.
- de leerling wordt, in aanwezigheid van de ouders en eventueel bijgestaan door een raadsman, voorafgaandelijk gehoord over de vastgestelde feiten. Voormelde personen worden hiertoe vijf werkdagen vooraf per brief verwittigd.
- de ouders hebben inzage in het tuchtdossier van de leerling.
- de genomen beslissing wordt schriftelijk gemotiveerd en schriftelijk ter kennis gebracht aan de ouders van de betrokken leerling binnen een termijn van 5 werkdagen.
Tegen tuchtmaatregelen is er geen beroep mogelijk, behalve tegen de uitsluiting.
Uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van de beslissing tot uitsluiting, kunnen de ouders schriftelijk beroep indienen bij de voorzitter van de beroepscommissie (Marialand 31 Gent). Het beroep schort de uitvoering van de eerder genomen tuchtbeslissing niet op.
De leerling wordt samen met zijn ouders per brief opgeroepen om te verschijnen voor deze beroepscommissie.
Uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van het beroep komt deze beroepscommissie dan samen.
De ouders hebben inzage in het dossier.
De beroepscommissie brengt de ouders binnen de vijf werkdagen per aangetekende brief op de hoogte van haar gemotiveerde beslissing. Deze beslissing is bindend voor alle partijen.
Een personeelslid van de school kan niet optreden als vertrouwenspersoon.
Buitenstaanders mogen het tuchtdossier niet inzien, tenzij mits schriftelijke toestemming van de ouders.
Ten gevolge van een definitieve uitsluiting het vorige of daaraan voorafgaande schooljaar kan het schoolbestuur de betrokken leerling weigeren terug in te schrijven.
|